|
»
26/08/2007 »
Uncategorized »
0 reacties »
Lees ik zaterdag ik de Volkskrant ongeveer het volgende ( het is na te lezen ). Minister Donner zegt dat hij als mens geen mening kan en mag hebben; wel als minister. Als hij minister af is heeft niemand meer een mening over zijn mening als mens. Geldt dus ook voor een wethouder. De mens Bert Kuiper heeft geen mening! De wethouder Bert Kuiper wel! Waarvan akte! Waarmee ik het dus niet mee eens ben. Maar dat wist u al. Zeg maar eens hoe het anders moet! Geen Reacties op “Goed gezelschap.” |
||||
Enge maatschappij waar je als mens geen mening mag en kan hebben. Wat is de mening van een minister of wethouder dan nog waard? Worden deze mensen niet gekozen omdat ze als mens een mening hebben over bepaalde zaken? Maar ja, helaas is het zo dat je zelfs als eenvoudig ambtenaar (ik spreek uit ervaring!)geen mening mag en kan hebben. Gewoon de mening van je baas napraten, dat wordt er van je verwacht. Eigen meningen worden niet op prijs gesteld. Jammer genoeg helemaal waar.
Corrie
Moeilijk,
Het lijkt me dat een ieder een mening heeft. Het lijkt me ook dat (tenminste in een West Europeese samenleving) iedereen recht heeft op zijn (en zelfs haar) eigen mening.
Ook ik heb het stuk over Minister Dommer gelezen. MIJN mening is dat deze meneer een spreekwoordelijke knuppel in het hoenderhok aan het gooien is.
Bedoelde Dommer nou eigenlijk te zeggen dat zijn mening als mens zijn mening als minister niet mag beinvloeden? Betekent dat dan dat minister Dommer ons allemaal in zijn (of is het nou ons) ootje neemt en eigenlijk niet zegt waar hij voor staat en wat hij vindt maar dat hij zegt wat er politiek/maatschappelijk van hem verwacht wordt?
En is dat dan geen mening?
Ik kan er wel door over blijven schrijven. Maar dat doe ik niet.
Voorlopig even niet.
Behalve dan dat ik het er niet mee eens ben. Een persoon heeft een mening, een functie een taak.
Daar wou ik het voorlopig even bij laten!
Zelfs als je wartaal uitkraamd kun je in dit land nog minister worden, laat staan wethouder.
Beste anoniem,
Ik moet je toch even wijzen op je (mag ik jij zeggen?) foutieve gebruik van de ‘laat staan’-contructie.
De laat-staan-constructie wordt gebruikt bij ontkenning van zaken.
* Hij lust helemaal geen garnalen, laat staan inktvis.
* Ik kon nauwelijks op tijd wakker worden voor de lunch, laat staan voor het ontbijt.
Je gebruikt het hier in een bevestigende zin. In plaats van de laat-staan-constructie had je de ‘en zelfs’-constructie moeten gebruiken.
Als je het epistel van Arie Verhagen (hele zware kost overigens) er op na wilt lezen, kun je je internet explorer naar https://openaccess.leidenuniv.nl/dspace/bitstream/1887/2415/1/302_042.pdf laten wijzen.
Een stuk met de prachtige titel, “Nauwelijks is niet bijna, laat staan vrijwel helemaal”, een titel die het juiste gebruik van de ‘laat staan’-constructie juist weergeeft.
Succes!
Viola
Je hebt helemaal gelijk, Viola.
vr. gr. Louis P