
Gisteravond de start van het politieke seizoen. We hadden er zin in. In een voorbereidende raad mogen alleen vragen gesteld worden ( ik vind het niks). En die kwamen er. Ik moest nogal aan de bak omdat ik ook een collega moest vervangen. Volgens mijn eigen waarneming is dat redelijk goed gegaan. Toch een klein debatje met een fractiegenoor over de archeologische verwachtingskaart. Zij was van mening dat we de archeologische monumenten in een verordening moeten opnemen. Volgens mij was het voorstel om na te gaan, nader te onderzoeken of dat voor Almelo zinvol is. We zullen het er nog wel weer over hebben tijdens de besluitvormende raad.
Zijn er dan “archeologische monumenten” in Almelo of Twente? In onroerende zin bedoel ik. Terechte vraag dus of dat voor Almelo zinvol is. Neuh.. luidt het antwoord.
Er zal beslist in het verre verleden wel een potje of pannetje zijn achtergelaten door één of ander Saksisch echtpaar op doorreis.
Tot zover de “belangrijkheid” van Twente en Almelo i.v.m. archeologische vondsten. Totdat de textielindustrie hier kwam was er geen barst te doen hier. Geen Romeinse en/of Germaanse belangstelling. Drie man en een paardenkop leefde hier. Dat is nu wel een keer bekend. De omgeving van Almelo van een groot zompig gebied gezien de waterloop dat nu in handen is van het waterschap. En dat levert nu een unieke kans in Almelo op.