» 27/05/2014 » Algemeen » 0 reacties

Romeins voorbeeld[bewerken]
De Romeinen hadden de gewoonte de zeven dagen van de week naar de voornaamste hemellichamen te noemen. De hun bekende planeten (afgezien van de Aarde) droegen namen van Romeinse goden. Hun dinsdag heette Martis dies, wat in het Frans tot mardi werd en in het Italiaans Martedi. De Martis dies was de dag genoemd naar de planeet Mars die op zijn beurt was genoemd naar de oorlogsgod Mars.

De Germanen namen die gewoonte over maar gebruikten de namen van hun eigen goden als bron voor de namen van de dagen. Mogelijk is dinsdag dan afgeleid van de lokale naam van de god Týr die in gelatiniseerde vorm is gevonden in inscripties aan de muur van Hadrianus als ‘Thingsus’. Deze vorm van Mars verwijst via Mars Thingsus naar ‘Mars van het ding’ waardoor dit Mars in de vorm van god van het recht betekent.

Dingsdag[bewerken]
Een andere mogelijkheid is dat de Nederlandse naam dinsdag genoemd is naar de ‘dingen’ zoals vroegere voorlopers van rechtsgedingen of rechtszaken genoemd werden. In het Middelnederlands heet de dag dinxdach of dinxendach. In het Twents worden tot op heden de vormen Deenksdag, Deenksendag en Deenkseldag gebruikt. Maarten Luther heeft in zijn Bijbelvertaling een variant hiervan gebruikt en in het Standaardduits populair gemaakt (Dienstag tegenover het Zuid-Duitse Ziestag).