» 27/05/2015 » Algemeen » 0 reacties

PvdA-senatoren moeten coalitieakkoord steunen (Trouw 1)PvdA’ers die in de Eerste Kamer zijn gekozen, hebben aan de partij verklaard dat ze het regeerakkoord onderschrijven. Dat moesten ze op basis van een nieuwe bepaling in de statuten van de PvdA. “Ik vind dat die bepaling moet worden teruggedraaid”, zegt vertrekkend senator Guusje ter Horst vandaag in een interview in Trouw.

 

Zie ook: Toevluchtsoord voor geschrokken burgers Guusje ter Horst (deVerdieping 2, interview Ter Horst)

 

Rutte met pet rond voor een meerderheid in senaat (AD 4)

Het kabinet moet met de pet rond bij andere partijen om nog een meerderheid te halen voor zijn plannen in de Eerste Kamer. (…) Ook met de ‘constructieve oppositiepartijen’ D66, ChristenUnie en SGP die het kabinet tot dusver hielpen, is er geen meerderheid meer voor VVD en PvdA in de senaat. De oppositiepartijen proberen de regeringspartijen nu onder druk te zetten. Luister meer naar ons, of we stemmen jullie plannen af, dreigen ze. (…) Hoe dan ook werpt de uitslag zijn schaduw vooruit voor de komende Tweede Kamerverkiezingen, die zomaar eerder kunnen plaatsvinden dan in 2017. Een volgend kabinet heeft minimaal vier partijen nodig om een meerderheid te vormen. Voor welke regering dan ook wordt het zo steeds moeilijker om tot een compromis te komen.
Lastig spel in de senaat (NRC Next 4, 5)

(…) De nieuwe verhoudingen betekenen niet dat het kabinet valt: het regeerde de afgelopen vier jaar ook al zonder coalitiemeerderheid. Wel is de toekomst wankeler. Vooral de PvdA is gehavend door de verkiezingen en is nu de zesde partij in de Eerste Kamer. Terwijl coalitiepartner VVD drie zetels kwijtraakte, maar de grootste bleef. Dat trekt de coalitie uit balans. (…) Alle oppositiepartijen, zo bleek ook gisteren weer uit de reacties, voelen zich gesterkt in hun eigen koers. En ze voorspellen dat het kabinet nu wel hun kant op móét buigen om nog iets voor elkaar te krijgen.

 

De sympathie voor het kabinet is niet gegroeid (Trouw 4, interview Arie Slob)

De ChristenUnie, een van de drie constructieve oppositiepartijen, ging van twee naar drie zetels in de Eerste Kamer. Arie Slob, fractievoorzitter in de Tweede Kamer, over de nieuwe politieke verhoudingen. (…) Toch neemt u duidelijk afstand van het kabinet. (…) “Bij veel onderwerpen stonden we niet naast het kabinet, maar er tegenover. Inderdaad hebben we aan de hervormingen van de woning- en arbeidsmarkt en van de zorg meegedaan, omdat we ervan overtuigd waren dat we al die rekeningen niet konden doorschuiven naar de toekomst. Electoraal was dat best kwetsbaar. (…) Onze gevoelens zijn er niet warmer op geworden.”